Stap 1: audio-opname
Alles begint met geluid. Een microfoon in de spreekkamer neemt het gesprek op. De kwaliteit van die opname bepaalt voor een groot deel de kwaliteit van alles daarna. Achtergrondgeluid, de afstand tot de microfoon, de manier waarop de patiënt praat, of de arts zacht spreekt: het maakt allemaal verschil.
Ik kijk naar dedicated microfoons die voor dit doel zijn ontwikkeld, en naar integratie met de hardware die al in een spreekkamer aanwezig is. Een smartphone werkt in principe ook, maar is gevoeliger voor variatie in audiokwaliteit.
Wat ik niet doe: de arts verplichten een specifiek apparaat te kopen als dat niet nodig is.
Stap 2: spraakherkenning
De audio gaat naar een spraakherkenningsmodel dat het omzet naar tekst. Dit is een technisch rijp gebied. De grote modellen presteren goed voor standaard Nederlands. Voor medisch Nederlands, met medicatienamen, ICPC-termen en afkortingen, is specifieke aandacht nodig.
Ik evalueer modellen op nauwkeurigheid voor medisch taalgebruik, verwerkingssnelheid, en de mogelijkheid om te verwerken zonder audio buiten Nederland te sturen. Dat laatste is geen nice-to-have: patiëntgesprekken zijn bijzondere persoonsgegevens en mogen niet zonder meer naar servers in de VS.
Het resultaat van deze stap is ruwe tekst: alles wat er gezegd is, inclusief de patiënt, inclusief “even wachten hoor, ik zoek het even op.”
Stap 3: structurering door een taalmodel
De ruwe transcriptie wordt aangeboden aan een groot taalmodel met de opdracht er een SOEP-notitie van te maken. Die opdracht is zorgvuldig geformuleerd: het model krijgt context over hoe een Nederlandse huisartsnotitie eruitziet, welke ICPC-structuur wordt verwacht, en wat de grenzen zijn van wat het mag invullen.
Het model kan goed overweg met duidelijke, gestructureerde consulten. Het heeft moeite met consulten die onduidelijk beginnen, met patiënten die moeilijk te volgen zijn, of met consulten waarbij de huisarts impliciet diagnostiseert zonder het hardop te zeggen. Die gevallen zijn ook de gevallen waarbij een menselijke transcribent moeite zou hebben.
Het resultaat is een conceptnotitie. Geen definitieve notitie.